Ik ben vroeg vertrokken, want ze gaven opnieuw regen vanaf de late namiddag. En dat wil je liever niet meemaken als je op 2400 meter hoogte bent. Gelukkig was de ochtend prachtig: blauwe lucht, zon en al meteen mooie uitzichten bij Innertkirchen met watervallen langs de weg.
Grimselpas als opwarmer
De Grimsel was een perfecte eerste pas: niet al te technisch, met lange stukken en brede bochten. Onderweg passeerde ik verschillende stuwmeren en een indrukwekkende dam. De lucht was grijs en grauw, maar het bleef gelukkig droog. Af en toe hing er mist, of beter: miezer in nevelvorm.
Dit is de ideale pas als je je eerste stappen zet in de Alpen: overzichtelijke bochten, genoeg tijd om je lijnen te kiezen en prachtige vergezichten zonder dat het meteen extreem technisch wordt.
Furkapas: steil, smal en legendarisch
De Furka was next level. Steilere bochten, smallere wegen en die typische diepte in het uitzicht waardoor je soms even je adem inhoudt. Ik had veel geluk dat het totaal niet druk was, ondanks dat de Furkapas enorm populair is bij zowel motorrijders als carfreaks.
Vooral omwille van het iconische Belvedère Hotel: een verlaten hotel dat in een haarspeldbocht ligt met zicht op de gletsjer. Ik zag het eerst van opzij tijdens de klim, en plots stond het daar voor me. Ik was als eerste motorrijder op de parking. Al snel begonnen er anderen toe te komen. Meteen ontstond dat typische motorgevoel: 'Waar kom je vandaan?', 'Zal ik een foto van je nemen?'
De Furka is uitdagend, maar net dat maakt hem onvergetelijk.
Gotthardpas: zwevende bochten en rust
De Gotthardpas was opnieuw iets breder en minder technisch dan de Furka, maar wát een route. Tijdens de afdaling rijd je over bochten die echt lijken te zweven boven de bergkammen. Alsof de bocht eigenlijk een brug is. Het is moeilijk te omschrijven, maar magnifiek om te zien en nog indrukwekkender om te rijden.
Belangrijk detail: ik koos bewust voor de nieuwe Gotthardroute, met goed asfalt en brede bochten. De oude Tremola-route bestaat volledig uit kasseien. Deze is dus voor ervaren bergrijders die van een extra uitdaging houden (hier hoor ik nog niet bij).
Richting Locarno, langs wild water
Na de passen volgde een bredere weg richting Locarno. Nog steeds midden in de bergen, met overal riviertjes die door het noodweer van de dagen ervoor extreem hoog stonden. Je zag duidelijk de sporen van het slechte weer: uitgesleten oevers, modder, water dat bijna tegen bruggen aan klotste.
Toch voelde het goed om na een intense pasdag nog een stuk 'rustigere' kilometers te hebben, waarin je wat kan uitbollen en alles kan laten bezinken.
Locarno voelt al Italiaans
Locarno zelf? Je vergeet even dat je nog in Zwitserland bent. De menukaart is Italiaans, de mensen praten Italiaans, de gebouwen voelen Zuid-Europees. Fondue? Jammer genoeg niet gevonden. Maar ik klaag niet met een Aperol en tortellini prosciutto op mijn bord.
Het enige minpuntje: het beroemde Piazza Grande was volledig in renovatie. Dat zal dus voor een volgende keer zijn. Morgen op de planning: een korte rit richting Lago Maggiore en daarna verder richting Comomeer. Aan het meer blijf ik twee nachten, maar wel op een andere locatie.
Vandaag was vooral: dankbaar zijn dat de passen open waren en dat ik ze in relatief rustige omstandigheden mocht rijden.
Safe travels,
Cara van BikingWithC