Wanneer ik eindelijk weer buiten kwam, zag ik dat het weer helemaal omsloeg. De lucht werd grijs, de bergen trokken dicht, maar ik bereikte Bormio nog net voor de regen écht begon. Dat was mijn enige doel van de dag. De rest zou ik later wel zien.
Eerste indruk van Bormio: hout, stilte en uitzicht
Mijn hotel bleek een schot in de roos: volledig in hout, knus en warm zonder kitsch. Een klein terras, een zithoekje en — voor even — uitzicht op de Stelvio. Want na vijftien minuten schoof een dikke grijze wolk over de berg. Alsof hij even ‘Hallo’ zei en zich daarna weer verstopt had.
Waarom Bormio een perfecte basis is voor bergpassen
Veel motorrijders kiezen Bormio niet toevallig. Vanuit het stadje heb je directe toegang tot drie van de mooiste passen van Italië:
- Stelviopas – technisch, iconisch en legendarisch
- Gaviapas – ruig, stiller, indrukwekkende natuur
- Umbrailpas – bredere, overzichtelijke weg (ook perfect als alternatieve afdaling)
Vergeleken met dorpjes hoger in de bergen vind je hier:
- goede restaurants,
- thermale baden,
- hotels met privéparking,
- tankstations,
- en genoeg winkels voor snacks, water of last-minute gear.
Wil je de Stelvio rijden zonder stress? Dan is Bormio een rustige, veilige en slimme keuze.
Beste moment om de passen vanuit Bormio te rijden
Timing maakt hier echt het verschil. Vanuit Bormio kan je de Stelvio, Gavia en Umbrail perfect rijden zonder stress, als je vroeg vertrekt.
- Vroeg in de ochtend (6u30–8u): koelere temperaturen, minder verkeer, betere focus.
- Laat in de namiddag: vaak rustiger, maar let op schaduw, kou en wisselende grip.
Midden op de dag (10u–15u) wordt vooral de Stelvio erg druk met fietsers, campers en huurwagens. Dat haalt niet alleen het rijplezier naar beneden, maar vraagt ook meer concentratie. Wie écht wil genieten van de bochten en het ritme, plant zijn pasritten bewust rond deze piekmomenten.
Een avondwandeling door het oude centrum
Later op de dag trok ik het oude centrum in. Bormio heeft dat typische Alpendorp-gevoel: houten gevels, stenen straatjes en overal restaurants waar je de geur van kaas en boter al op 100 meter ruikt. Mijn eerste stop: een populaire herberg, zat stampvol. Mensen wachtten in de kelder op een vrije tafel. Gezellig, maar ik had er geen geduld voor.
Gnocchi, lokale kaas & een glaasje Braulio
Ik belandde uiteindelijk in een kleiner hotelrestaurant waar ik heerlijk werd verwend. Franciacorta, gnocchi (mijn absolute lievelings), een lokaal kaasschoteltje en als afsluiter: Braulio, een bittere Alpenlikeur uit Bormio zelf. Ik kreeg hem als sorbet: best een bittere smaak, niet helemaal mijn smaak (echte zoekebek ik), maar absoluut iets wat je eens geprobeerd moet hebben.
Stelvio? Misschien morgen…
De Stelvio stond eigenlijk voor de volgende ochtend gepland. Maar met het weer dat volledig dichttrok, voelde het niet slim aan. Dus besloot ik: Ik wacht. Ik schuif mijn planning op als dat nodig is.
Misschien is dat wel het mooiste aan solo reizen: je kunt alles aanpassen wanneer je dat nodig hebt. En Bormio is een plek waar dat niet erg voelt. Rustig, warm, omringd door bergen die even onzichtbaar bleven, net zoals mijn plannen.
Safe travels,
Cara van BikingWithC